Eigen groenten verkopen mag, en voor de meeste mensen die het overwegen is dat het minst ingewikkelde deel. Verse, onbewerkte groente die je zelf teelt en rechtstreeks aan de eter verkoopt, valt onder een lichter regime dan verwerkte producten. Waar het wel om vraagt, is dat je je bij de juiste instanties bekend maakt zodra het structureel wordt, dat je gemeente akkoord is met een verkooppunt op jouw plek, en dat je vooraf bedenkt wat je verkoopt in plaats van dat je verkoopt wat er toevallig over is.
Op deze pagina staat waar de grens ligt tussen een moestuin met overschot en een bedrijfje, wat je moet regelen, hoe je groenten thuis verkoopt en waar het in de praktijk op vastloopt.
Ja. Er is geen verbod op het verkopen van je eigen oogst, ook niet als je tuin bij een gewoon woonhuis hoort. Wat er wel geldt, zijn vier dingen die los van elkaar staan.
Het eerste is je gemeente. Een tuin bij een woning heeft in het omgevingsplan een woonbestemming, en verkoop vanaf die plek is detailhandel. Een kraampje aan de weg, een bord langs de openbare weg of een vaste verkoopplek kan daardoor vergunningplichtig zijn, en gemeenten gaan daar zeer verschillend mee om. Bel je gemeente voordat je iets neerzet en vraag wat er op jouw adres is toegestaan. Nagekeken in augustus 2026 bij de Omgevingswet, waarin de regels voor het gebruik van grond en gebouwen in het omgevingsplan van de gemeente staan.
Het tweede is de Kamer van Koophandel. Zodra je regelmatig verkoopt, naar buiten treedt met je aanbod en er geld aan wilt overhouden, ben je een onderneming en schrijf je je in.
Het derde is de Belastingdienst, die met dezelfde vraag komt: is dit een bron van inkomen of niet. Regelmaat, omvang en het streven naar winst zijn daarin de kernbegrippen, en de uitkomst bepaalt of je omzet meetelt en of je btw in rekening moet brengen. Op onbewerkte groente rust het lage btw-tarief. Nagekeken in augustus 2026 bij de Belastingdienst en de Kamer van Koophandel; laat je eigen situatie beoordelen voordat je aanneemt dat je eronder blijft.
Het vierde is de NVWA. Wie voedsel aan anderen levert, is een levensmiddelenbedrijf en meldt zich. Voor de teelt van planten zelf, de primaire productie, gelden lichtere eisen dan voor verwerken en bereiden, en de eisen worden zwaarder zodra je snijdt, kookt, inmaakt of verpakt. Nagekeken in augustus 2026 bij de NVWA; vraag na welke registratie voor jouw manier van verkopen geldt.
Wat je hieruit meeneemt: één keer een overschot aan bonen bij het hek zetten, is iets anders dan elke zaterdag een kraam. Het tweede is een bedrijfje, en dat is prima, zolang je het ook zo inricht.
Dit onderscheid bepaalt hoeveel er van je gevraagd wordt, en het wordt vaak over het hoofd gezien.
Verkoop je rechtstreeks aan de mensen die het opeten, aan huis, aan de weg of op een markt in de buurt, dan zit je in het lichtste regime dat er is. Verkoop je aan een winkel, een restaurant, een cateraar of een groothandel, dan lever je aan een ander bedrijf en gelden er aanvullende eisen rond traceerbaarheid, herkomst en administratie. Je afnemer moet immers kunnen aantonen waar zijn product vandaan komt.
Voor iemand die begint met de opbrengst van een grote tuin is dat een reden om met directe verkoop te starten. Het is niet alleen eenvoudiger, het levert per kilo ook meer op.
Hier zit het verschil tussen een tuin met overschot en een verkooppunt waar mensen voor terugkomen.
Een moestuin die op de eigen keuken is ingericht, geeft precies wat een gezin nodig heeft, en dan alles tegelijk. In augustus staat de hele straat vol courgettes, en dat is nu net het moment dat niemand ervoor betaalt. Wie wil verkopen, zaait daarom anders: minder soorten, meer per soort, en in opeenvolging. Elke twee tot drie weken een nieuwe rij sla, spinazie, radijs of boontjes zorgt dat je week na week iets te bieden hebt in plaats van drie overvolle weken en daarna niets.
De tweede keuze gaat over wat je teelt. Je concurreert bij de gewone producten met een supermarkt die het altijd heeft, en dat gevecht win je niet. Waar mensen wel voor omrijden, is versheid die ze nergens anders krijgen, sla en kruiden die dezelfde ochtend gesneden zijn, en rassen die in de winkel niet liggen: oude tomatenrassen, gekleurde bieten, pastinaak, bijzondere pompoenen, verse kruiden per bos. Telers die dit langer doen, zeggen allemaal hetzelfde: het is de smaak en het bijzondere dat verkoopt, niet de prijs.
Reken daarnaast door hoeveel je nodig hebt. Een kraam die op zaterdagochtend leeg moet, vraagt meer dan de meeste mensen inschatten, en een tuin die één kist per week vult, is een aardige bijverdienste maar geen bedrijf.
De eenvoudigste vorm is een tafel of kist bij de oprit met een geldpotje erbij. Dat werkt op plekken waar mensen elkaar kennen, en het werkt niet overal even goed.
Vier dingen bepalen of het loopt. Het moet zichtbaar zijn vanaf de weg, met een bord dat leesbaar is voor iemand die rijdt. Er moet iemand kunnen stoppen zonder gedoe, want een plek waar je niet even kunt uitwijken, wordt niet gebruikt. De groente moet uit de zon staan, want sla in de volle middagzon is binnen een uur onverkoopbaar. En het moet er verzorgd uitzien, met iets wat je twee keer per dag bijvult in plaats van één keer per dag helemaal.
Kies daarnaast een vast ritme. Elke dinsdag en vrijdag verse oogst, of elke zaterdagochtend, en zeg dat op je bord. Mensen onthouden een vaste dag; ze onthouden geen wisselend aanbod.
Naast de verkoop aan huis zijn er twee routes die vaak beter passen dan een kraam op de markt. De eerste is een vaste groep afnemers die elke week een pakket afhaalt, waarbij jij bepaalt wat erin gaat en zij weten dat het varieert met het seizoen. De tweede is bestellen en afhalen op een vast moment. Bij allebei oogst je op de vraag en niet op hoop, en dat scheelt het meeste geld dat je anders weggooit.
Over prijzen valt in het algemeen weinig te zeggen dat voor iedereen klopt, maar over de manier waarop je ze bepaalt wel.
Kijk niet naar de laagste prijs in de supermarkt, want dat is de prijs van een heel andere manier van telen. Kijk naar wat vergelijkbare directe verkoop in jouw omgeving doet, en tel bij jezelf op wat het je aan zaad, water, materiaal en uren kost. Verkoop bij voorkeur per stuk of per bos in ronde bedragen. Dat rekent sneller af, het maakt een geldpotje overzichtelijk, en het scheelt je een geijkte weegschaal. Verkoop je namelijk per gewicht, dan moet je weegschaal daarvoor goedgekeurd en geijkt zijn. Nagekeken in augustus 2026 bij de regels over meetinstrumenten in de handel; vraag na wat voor jouw weegschaal geldt voordat je hem gebruikt.
Voor het afrekenen zelf zijn er drie vormen. Een geldpotje is het eenvoudigst en het loopt op twee dingen stuk: mensen hebben steeds minder contant geld op zak, en er verdwijnt af en toe iets. Een betaalverzoek via een QR-code lost het eerste op, kost je per transactie een klein bedrag en geen vast bedrag per maand, en is daarmee de vorm die bij een klein verkooppunt het beste past. Een pinautomaat kost een vast bedrag per maand en verdient zich pas terug bij een aantal transacties per dag dat je met een tafel bij de oprit niet haalt.
Wat je bij alle drie wilt, is dat je aan het eind van de week ziet wat er verkocht is. Noteer per verkoopdag wat je hebt neergezet en wat er over was. Dat is de enige manier om erachter te komen wat je te veel zaait.
Bij onbewerkte groente is de kern eenvoudig: schoon werken en niets verkopen wat je zelf niet zou eten.
Was met drinkwater, houd je product van de grond af, werk met schone kisten en zorg dat er geen dieren bij kunnen. Verkoop niets van planten die ziek zijn geweest of die met een middel behandeld zijn waarvan de wachttijd nog loopt. Vertel bij een product dat mensen niet kennen hoe ze het klaarmaken, want onbekende groente die thuis mislukt, komt niet terug.
Zodra je gaat verpakken of verwerken, verandert er iets. Een zak gewassen sla, een pot ingemaakte bietjes of een kant-en-klare soep is een verpakt levensmiddel, en dan komen daar de verplichte vermeldingen bij: wat het is, de ingrediënten met de allergenen erin uitgelicht, de nettohoeveelheid, de houdbaarheid, het bewaarvoorschrift en je bedrijfsgegevens. Nagekeken in augustus 2026 bij de Europese verordening over voedselinformatie aan consumenten, nummer 1169/2011. Voor onverpakte groente die je los verkoopt, geldt dat niet op dezelfde manier, en dat is precies waarom veel mensen bij los beginnen.
Dit is de post die vooraf zelden wordt meegerekend en achteraf de reden is dat mensen stoppen.
Oogsten, wassen, sorteren, bossen, neerzetten, bijvullen, opruimen en het geld natellen kost per verkoopdag makkelijk een paar uur, en dat komt bovenop het telen zelf. Klok het een keer eerlijk en deel het door wat er die dag binnenkwam. Dat getal vertelt je of je een bijverdienste hebt of een hobby met omzet, en beide antwoorden zijn goed zolang je weet welke van de twee het is.
Wat de tijd het hardst omlaag brengt, is minder soorten, vaste verkoopmomenten en oogsten op bestelling in plaats van op voorraad.
Loopt het en wil je verder, dan komt op enig moment de vraag of je een echt verkooppunt maakt: een schuur die je inricht, vaste openingstijden, een breder aanbod met producten van collega's erbij, en een manier van afrekenen die ook werkt als jij op het land staat. Dat is een andere stap dan wat op deze pagina staat, en wat daarbij komt kijken staat op de pagina over eten verkopen.
De volgorde die het beste werkt, is klein beginnen met een handvol producten, een seizoen lang bijhouden wat er wel en niet weggaat, en pas daarna uitbreiden. Je weet dan waar de vraag zit, en dat is de enige informatie waarmee je een zaaiplan voor het volgende jaar kunt maken.
Zodra je verkoopt in plaats van weggeeft, hoort er per soort een prijs, een eenheid en een btw-tarief bij. Hoe dat wordt ingericht, staat bij ons kassasysteem.
Verkoop je al groente vanaf je erf of denk je erover te beginnen, dan plannen we een gesprek waarin jij laat zien hoe je het nu doet. Geen presentatie van onze kant. We willen zien wat je teelt, op welke momenten je verkoopt en hoe mensen nu bij je afrekenen, want daar hangt het antwoord van af.