Een website en een webshop worden in één adem genoemd en het zijn twee verschillende dingen. Een website vertelt mensen wie je bent, wat je verkoopt en wanneer ze kunnen komen. Een webshop neemt bestellingen aan en int geld. Voor de meeste boerderijwinkels is de eerste dringend en de tweede pas aan de orde als er een reden voor is.
Die volgorde is het hele antwoord op de vraag waarmee je begint. Mensen zoeken je op om te weten of je open bent en wat er ligt; een klein deel wil vooruit bestellen. Wie meteen een volledige webshop bouwt, heeft daarna elke week onderhoud aan iets waar nauwelijks bestellingen doorheen komen.
De informatie die het vaakst wordt opgezocht, is niet je verhaal en niet je assortiment. Het zijn je openingstijden en waar je precies zit.
Vier dingen horen daarom op je site te staan op een plek waar je ze in twee tellen ziet, ook op een telefoon in een auto: je adres met een routebeschrijving, je openingstijden inclusief de dagen dat je dicht bent, wat je verkoopt en in welk seizoen, en hoe iemand je bereikt. Alles wat daarna komt, van foto's van het erf tot het verhaal over je bedrijf, helpt mensen om te kiezen. Maar die vier dingen bepalen of ze überhaupt komen.
Daar hoort bij dat de site klopt. Openingstijden die veranderd zijn en niet zijn aangepast, kosten je meer klanten dan een lelijke site. Een bedrijf dat rond de feestdagen andere tijden heeft, hoort dat op zijn site te hebben staan voordat het zover is.
Het derde stuk is gevonden worden. Mensen zoeken zelden op de naam van je bedrijf; ze zoeken op wat ze willen hebben met hun eigen plaats erbij. Waar je begint als je nog helemaal niets hebt staan, staat op de pagina over een eigen verkoop site.
Er zijn drie situaties waarin online bestellen echt iets toevoegt, en een boerderijwinkel valt meestal in de eerste of de tweede.
De eerste is bestellen en afhalen. Klanten bestellen vooruit, jij zet het klaar, ze halen het op een afgesproken moment op. Dat werkt bij pakketten, bij vlees uit een dier dat je verdeelt, bij groentepakketten en bij alles wat je met een bestelvenster verkoopt. Er gaat niets op de post, je maakt wat er besteld is, en je hebt geen voorraad die kan blijven liggen.
De tweede is de zakelijke afnemer. Restaurants, zorginstellingen, andere winkels en cateraars bestellen op vaste momenten en willen dat zonder te bellen kunnen doen, met hun eigen prijzen en hun eigen leverdagen. Dat is een ander soort bestellen dan van een particuliere klant, en het is precies waar zakelijke bestellingen voor boerderijwinkels voor bedoeld zijn.
De derde is verzenden. Die past alleen bij producten die er tegen kunnen: houdbaar, niet te zwaar en niet gekoeld. Voor vers product is het zelden de vorm waar je op uitkomt.
Herken je geen van de drie, dan heb je geen webshop nodig maar een site die goed vindbaar is. Dat is geen tussenoplossing, dat is het antwoord.
Er zijn drie routes en ze verschillen vooral in wat ze van je vragen nadat het staat.
Bij alle drie geldt dezelfde vraag: van wie is het als je ergens anders heen wilt. Zorg dat je domeinnaam op jouw naam staat en dat je bij je eigen teksten en foto's kunt. Dat is het enige stuk waar je later spijt van krijgt.
Dit is de post die vooraf nooit wordt meegerekend en achteraf de reden is dat webshops stilvallen.
Iemand moet de producten erin zetten en de teksten schrijven. Iemand moet foto's maken die er hetzelfde uitzien. Iemand moet aanpassen wat er niet meer is, want een product dat besteld kan worden terwijl het op is, kost je een klant. Iemand moet de bestellingen uitdraaien, klaarzetten en meegeven. En iemand moet dat ook doen in de week dat het oogsten is of dat je met vakantie bent.
Wat daaruit volgt, is een advies dat tegen het gevoel in gaat: begin met een klein aanbod. Tien producten die kloppen en die er altijd zijn, leveren meer op dan tachtig producten waarvan de helft op is. Je kunt altijd uitbreiden zodra het loopt.
Een tweede advies dat hetzelfde werk scheelt: werk met bestelmomenten in plaats van met een winkel die dag en nacht open is. Bestellen tot een vast moment, klaarzetten op een vaste dag. Dan is het een ochtend werk in plaats van een stroom die de hele week doorloopt.
Zodra je online verkoopt en in je winkel verkoopt, heb je hetzelfde product op twee plekken staan. Dat is de plek waar het misgaat.
De prijs die je in de winkel aanpast, staat online nog oud. Wat online besteld is, is uit je voorraad verdwenen zonder dat de winkel het weet. En aan het eind van de maand zit iemand bestellingen over te typen in de boekhouding.
Wat je wilt, is dat je producten en prijzen op één plek staan en dat een online bestelling en een verkoop aan de toonbank in dezelfde stroom terechtkomen. Je hoeft dan niets over te typen, en dat is niet alleen tijdwinst: het is de enige manier om aan het eind van de week te kunnen zien wat er werkelijk verkocht is.
Een site bouwen is een project met een eind. Zorgen dat er mensen komen, is werk dat doorloopt.
Wat bij een boerderijwinkel telt, is lokaal. Je hoeft niet landelijk op te vallen; je moet gevonden worden door mensen die binnen een kwartier rijden wonen en die zoeken op wat jij verkoopt. Daar hoort bij dat je vindbaar bent op de kaart, dat je vermelding klopt, en dat je regelmatig laat zien wat er die week is. Wat dat in de praktijk inhoudt, staat op de pagina over meer verkopen voor boerderijwinkels.
Zet eerst een site neer die klopt en die te vinden is. Kijk daarna een seizoen wat mensen je vragen: bellen ze om te reserveren, vragen ze of ze vooruit kunnen bestellen, komen er restaurants langs. Bouw pas dan het bestellen erbij, in de vorm die bij die vragen past.
Op die volgorde bespaar je niet alleen geld. Je bouwt iets waarvan je zeker weet dat het gebruikt wordt, omdat je klanten er zelf om gevraagd hebben.
Heb je een site die niet meer klopt, of twijfel je of je aan bestellen moet beginnen, dan plannen we een gesprek waarin jij laat zien hoe je het nu doet. Geen presentatie van onze kant. We willen zien wat je verkoopt, wie er nu al belt om vooruit te bestellen en wie het bijhoudt, want daar hangt het antwoord van af.