Voor wie een boerderijwinkel runt

Marktkraam beginnen: welke markt bij je past en hoe je er komt

Geschreven door Brent van den Belt · 10 minuten lezen

Een marktkraam beginnen is niet één beslissing maar twee. Eerst kies je op wat voor markt je wilt staan, want een weekmarkt, een streekmarkt en een evenement vragen elk iets anders van je week en leveren een ander soort klant op. Pas daarna komt de vraag hoe je aan een plek komt en wat je meeneemt.

De meeste mensen doen het andersom: ze regelen een kraam en zoeken er een markt bij. Dat werkt zolang je één keer wilt proberen. Wil je er een vast onderdeel van je omzet van maken, dan bepaalt de keuze van de markt bijna alles wat erna komt.

Wat een markt je oplevert dat je winkel niet kan

Voor een winkel op het erf is een markt geen tweede winkel maar een ander instrument. Op je erf komt iemand die je al kent of je bewust heeft opgezocht. Op de markt loopt iemand langs die nog nooit van je gehoord had.

Dat maakt de markt de goedkoopste manier om nieuwe klanten aan je erf te krijgen. Een deel van wie daar iets bij je koopt, komt later naar de winkel, en dat is vaak meer waard dan de omzet van de dag zelf.

Het is ook de snelste manier om een product te toetsen. Wil je weten of die nieuwe jam loopt, dan weet je dat na één marktdag met vijftig gesprekken. In je winkel duurt dat maanden, omdat je daar vooral mensen ziet die al weten wat ze komen halen.

De vier soorten markten

Ze verschillen in publiek, in kosten en vooral in wat ze van je week vragen.

SoortWat het van je vraagtWat je ervoor terugkrijgt
WeekmarktElke week dezelfde dag, vroeg opbouwen, vaste vergunningVaste klanten die wekelijks terugkomen
Streek- of boerenmarktMeestal maandelijks of tweewekelijks, vaak in het weekendPubliek dat juist voor streekproducten komt
Evenement of jaarmarktLosse dagen, hoge aanloop, veel voorraad meenemenVeel nieuwe mensen, weinig herhaling
Markt bij een collega op het erfAfspraak met de organisator, vaak seizoensgebondenPubliek dat al bij een boerderij komt

De weekmarkt is de zwaarste en de meest voorspelbare. Je bindt je aan een vaste dag, elke week, ook in november als het regent. Daar staat tegenover dat je klanten opbouwt die op je rekenen, en dat is de enige van de vier waar herhaalaankoop vanzelf ontstaat.

De streekmarkt past voor de meeste boerderijwinkels het best als eerste stap. Het publiek komt er met de juiste verwachting, de frequentie is te overzien en je verkoopt er tegen een prijs die bij je product past. Wat er in de marge blijft hangen is dat het aantal per maand beperkt is, dus je bouwt er langzamer een klantenkring op.

Evenementen zijn de valkuil. Ze trekken veel mensen en dus veel omzet op één dag, maar bijna niemand van die mensen ziet je ooit terug. Reken dat mee: een dag met veel kassa is niet automatisch een dag die je bedrijf verder helpt.

De volgorde die werkt

Er zit een volgorde in die het verschil maakt tussen twee keer proberen en er een vaste tak van maken.

  1. Bepaal wat je wilt bereiken: nieuwe klanten voor je winkel, extra omzet, of een product toetsen. Die drie leiden naar verschillende markten.
  2. Ga eerst een keer kijken op de markten die in aanmerking komen, zonder kraam. Tel hoeveel mensen er langslopen, kijk wie er staat en of jouw product er ontbreekt.
  3. Regel je plek. Bij een weekmarkt loopt dat via de gemeente, bij een streekmarkt of evenement via de organisator. Hoe dat precies gaat, staat op de pagina over inschrijven voor de markt.
  4. Regel je kraam en je uitrusting. Wat daarbij hoort en of je huurt of koopt, staat op de pagina over de marktkraam.
  5. Ga staan, en houd de eerste keren vooral bij wat er gebeurt. Hoe je die eerste dagen aanpakt, staat verderop op deze pagina.

De tweede stap is degene die het vaakst wordt overgeslagen en het meest oplevert. Een uur op een markt lopen vertelt je meer over of jouw product daar past dan welke lijst van marktdagen ook.

Hoe vaak je gaat staan

Dit is de beslissing die je week bepaalt, en hij wordt vaak te licht genomen. Eén marktdag is nooit één dag. Er gaat een dagdeel oogsten en klaarmaken aan vooraf, en er komt opruimen, tellen en restvoorraad wegwerken achteraan.

Voor een bedrijf waar de winkel de hoofdmoot is, betekent één markt per week al snel dat er anderhalve dag uit je week verdwijnt. Dat is te doen, maar het moet ergens vandaan komen. Reken dus niet alleen wat een marktdag opbrengt, maar ook wat er die dag op je erf niet gebeurt.

Begin daarom met minder dan je aankunt. Eén markt per maand die goed gaat, is meer waard dan drie per maand waar je halverwege mee stopt, want stoppen kost je de klanten die je net had opgebouwd.

Wat je meeneemt hangt af van de soort markt

De hoeveelheid die je meeneemt is de tweede plek waar geld verdwijnt. Neem je te weinig mee, dan sta je om twee uur met een lege kraam en heb je de middag voor niets betaald. Neem je te veel mee, dan rijd je met verse waar terug die je thuis niet meer kwijtraakt.

Bij een weekmarkt weet je dat na een paar weken. Bij een evenement weet je het nooit, want de aanloop hangt van het weer af. Dat is de reden om op evenementen zwaarder in te zetten op houdbare producten en op een weekmarkt juist op vers: wat op de weekmarkt overblijft, ligt de volgende dag in je eigen winkel, en wat op een evenement in het volgende dorp overblijft, is een probleem.

De regels die per markt verschillen

Wat je moet regelen, is niet overal hetzelfde. Voor een weekmarkt heb je een vergunning van de gemeente nodig. Voor een evenement regelt de organisator dat meestal collectief. Verkoop je eten, dan gelden daarnaast de regels rond voedselveiligheid, ongeacht op welke markt je staat.

Voor sommige producten geldt iets specifieks. Bij eieren bijvoorbeeld is sorteren op gewicht en kwaliteit verplicht, met een vrijstelling bij directe verkoop aan de eindgebruiker op je bedrijf, op de plaatselijke markt of huis aan huis. Nagekeken bij COKZ en NVWA in juli 2026. Zoek voor jouw producten uit welke vrijstellingen op een markt wel en niet gelden, want dat verschilt per productgroep.

Afrekenen buiten je eigen winkel

Op de markt sta je zonder je vaste kassa, en dat is de plek waar je administratie uit elkaar loopt. De marktdag wordt een aparte telling, vaak op papier, en die moet later bij je winkelomzet worden opgeteld.

Wij bouwen software voor dit soort processen, en dit is waar wij bij een marktkraam als eerste naar kijken. Niet naar de kraam, maar naar de vraag of de verkoop van die dag in dezelfde telling terechtkomt als de winkel. Doet hij dat niet, dan heb je aan het eind van de maand twee lijsten en weet je bij een verschil niet in welke het zit.

Wat je daarvoor nodig hebt is dat dezelfde producten met dezelfde prijzen en tarieven op de markt beschikbaar zijn, en dat er niets hoeft te worden overgetypt als je thuiskomt. Dat is geen luxe: het is het verschil tussen een marktdag die een uur nawerk kost en een die er geen kost.

De eerste keren dat je staat

Eén marktdag zegt niets. Het weer, een evenement verderop, een vakantieweek: er zijn te veel dingen die een dag maken of breken. Pas na drie of vier keer op dezelfde markt zie je een patroon. Spreek daarom met jezelf af dat je vier keer gaat voordat je oordeelt, anders stop je na een slechte tweede dag met een markt die het had kunnen worden.

Dat is ook de reden om je eerste keer niet te zwaar in te zetten. Neem minder mee dan je denkt nodig te hebben en accepteer dat je misschien vroeg uitverkocht bent. Uitverkocht raken is goedkoop; met verse waar terugrijden is dat niet.

Schrijf die eerste keren drie dingen op. Het kost je vijf minuten aan het eind van de dag.

WatWaarom
Wat je meenam en wat je terugbracht, per productJe enige basis om de volgende keer je hoeveelheid bij te stellen
Waar mensen naar vroegen dat je niet hadDe lijst waarmee je je kraam laat groeien
Hoe laat het druk wasBepaalt of je later kunt opbouwen of eerder moet stoppen

De tweede is de waardevolste en de makkelijkste om te vergeten, want op het moment zelf voelt zo'n vraag als een gemiste verkoop en niet als informatie. Schrijf hem toch op. Vijf keer dezelfde vraag is een product dat je erbij moet nemen.

Reken er verder op dat je de eerste keer twee keer zo lang bezig bent met opbouwen als de mensen om je heen. Dat trekt vanzelf bij. Wat het meest scheelt is de volgorde vasthouden: bouw elke keer in dezelfde volgorde op, dan slijt het erin. Hoe die volgorde eruitziet en welke onderdelen je nodig hebt, staat op de pagina over marktkraamonderdelen; waar de klant als eerste naar kijkt op de pagina over het inrichten van een marktkraam.

Je buren zijn je beste bron

Op een markt sta je tussen mensen die dit al jaren doen. Zij weten welke dagen goed zijn, waar de aanloop vandaan komt en welke producten hier lopen. Dat is kennis die je nergens kunt opzoeken.

Stel je de eerste keren dus voor en vraag het gewoon. De meeste marktkooplieden vinden een nieuwe kraam met streekproducten geen concurrentie maar een reden dat er meer mensen komen. Wat zij je vertellen over deze markt weegt zwaarder dan wat wij of wie dan ook er in het algemeen over kunnen zeggen.

Vaste klanten ontstaan door voorspelbaarheid

Wat een markt van een evenement onderscheidt, is dat dezelfde mensen terugkomen. Dat gebeurt alleen als jij ook terugkomt, op dezelfde plek en met ongeveer hetzelfde aanbod.

Twee dingen versnellen dat. Sta op dezelfde plek, ook als er een betere vrij lijkt, want mensen zoeken je op de plek waar ze je vonden. En zorg dat je een product hebt dat er altijd is. Iemand die voor jouw eieren komt en ze twee keer niet aantreft, komt de derde keer niet meer kijken.

Vertel er ook bij waar je vandaan komt en wanneer je winkel open is. De markt is voor een boerderijwinkel vooral een manier om mensen naar het erf te krijgen, en dat gebeurt niet vanzelf als je het niet zegt.

Het weer hoort in je planning

Bij verse waar is het weer geen ongemak maar een kostenpost. Een regenachtige zaterdag betekent minder aanloop en dus meer restvoorraad, en die restvoorraad heeft een houdbaarheid.

Wat helpt is vooraf bedenken wat er met de rest gebeurt. Gaat hij mee naar je eigen winkel voor de volgende dag, wordt hij verwerkt tot iets met een langere houdbaarheid, of neem je op dagen met slecht weer gewoon minder mee. Wie dat pas op de terugweg bedenkt, gooit weg.

Wanneer je beter niet begint

Er zijn twee situaties waarin een marktkraam voorspelbaar tegenvalt. De eerste is als je niet genoeg voorraad hebt om zowel je winkel als je kraam te vullen. Dan verplaats je omzet in plaats van dat je hem toevoegt, en betaal je er standgeld en een dag voor.

De tweede is als je nu al te weinig handen hebt. Een markt vraagt dat er iemand mee kan, en die iemand staat op dat moment niet in de winkel. Is dat jij, dan is de vraag of je winkel die dag dicht kan of onbemand door kan.

Hoe je hier verder mee komt

Op de markt heb je geen vaste kassa, wel dezelfde producten en tarieven als thuis. Hoe dat op één tablet meegaat, staat bij ons kassasysteem.

Overweeg je een marktkraam naast je winkel en wil je dat de verkoop van die dag vanzelf bij de rest komt, dan plannen we een gesprek waarin jij laat zien hoe je het nu doet. Geen presentatie van onze kant. We willen weten wat je verkoopt, hoe je nu afrekent en wat er op een marktdag op je erf niet doorgaat, want daar hangt het antwoord van af.