Voor wie een boerderijwinkel runt

Agri webshop: waarom een gewone webwinkel niet past op een boerenbedrijf

Geschreven door Glenn van den Belt · 5 minuten lezen

Een agri webshop is een webwinkel voor een agrarisch bedrijf, en dat is iets anders dan een webwinkel voor een merk met dozen op een stelling. Wat je verkoopt groeit, weegt elke keer net iets anders, is over twee weken op en komt bij de klant terecht via afhalen of via een korte rit, niet via een pakketdienst die het ergens neerzet.

Wie een agri webshop begint met standaardsoftware, loopt daarom binnen een maand tegen dezelfde drie dingen aan: het gewicht klopt niet, de voorraad klopt niet en de afnemer die elke week bestelt, wil geen winkelmandje.

Twee soorten webshops in dezelfde sector

De term dekt in de praktijk twee heel verschillende dingen, en het loont om vooraf te weten welke van de twee je bouwt.

De eerste is de verkoop aan consumenten: mensen uit de streek die bestellen wat ze anders in je winkel hadden gepakt, en dat op een afgesproken moment ophalen. Daar is de webshop een verlengstuk van je winkel. Hij bestaat om het bezoek te plannen en om te voorkomen dat iemand voor niets komt.

De tweede is de verkoop aan zakelijke afnemers: koks, winkeliers, cateraars, zorginstellingen en collega's die jouw product doorverkopen. Dat is geen winkel maar een bestelsysteem. Deze mensen bestellen met vaste regelmaat, kennen het assortiment, willen niet elke keer door een productcatalogus klikken en betalen achteraf op factuur.

De meeste boerenbedrijven hebben op termijn beide nodig, en het gaat mis als je probeert die twee in één winkelmandje te persen. Een kok die honderd kilo bestelt, hoort niet dezelfde prijs te zien als iemand die twee kilo meeneemt, en hij hoort ook niet direct te hoeven afrekenen.

Wat een agrarisch product anders maakt

Er zijn vier dingen die je in een gewone webshop niet tegenkomt en die hier elke week terugkomen.

Het eerste is het gewicht. Een half varken, een kaas, een tros of een krop is nooit precies wat er in de bestelling stond. Je kunt daarmee omgaan door in vaste porties te verkopen, door achteraf op werkelijk gewicht af te rekenen, of door een bandbreedte af te spreken. Welke van de drie je kiest, bepaalt hoe de rest van je administratie eruitziet, dus dat is een beslissing die je aan het begin neemt en niet halverwege.

Het tweede is dat de voorraad uit het land komt. Wat er te koop is, hangt af van wat er rijp is, wat er geslacht is en wat er die week over is. Een webshop die dat niet volgt, verkoopt dingen die je niet hebt, en dat is de snelste manier om een vaste klant kwijt te raken. Wat werkt, is een assortiment dat meebeweegt met het seizoen, met een duidelijk moment waarop je de bestelling sluit.

Het derde is de bederfelijkheid. Bij vers is de tijd tussen bestellen en ophalen belangrijker dan bij welk ander product ook, en dat maakt afhalen op vaste dagen bijna altijd de vorm die het beste werkt. Verzenden kan, en het vraagt koeling, een verzenddag vroeg in de week en een minimumbedrag om de kosten te dragen.

Het vierde is dat je maar een deel van je omzet online doet. De meeste bestellingen komen nog steeds via de winkel, en dat betekent dat de voorraad die je online laat zien dezelfde moet zijn als die in het schap. Twee lijstjes die uit elkaar lopen, kosten je meer tijd dan de webshop oplevert. Hoe wij de verkopen uit je winkel en die uit de webshop op één plek laten uitkomen, staat op de pagina over de agrarische winkel.

Voor vaste afnemers is bestellen belangrijker dan winkelen

Zodra je aan koks en winkels levert, verandert de vraag. Zij willen niet kijken wat er is; zij weten wat ze willen en willen dat in twee minuten doorgeven, meestal op een vast moment in de week.

Wat daarbij hoort, is een eigen prijs per afnemer, een bestelling die uit hun vorige bestelling kan worden overgenomen, een besteldrempel per levering en een factuur achteraf in plaats van een betaling vooraf. Dat is precies waar een gewone webwinkel niet op gebouwd is, en het is de reden dat veel bedrijven deze bestellingen via de app of de mail laten lopen en ze daarna zelf overtypen.

Dat overtypen is het echte probleem. Het kost je elke week uren, het is de plek waar de fouten ontstaan, en het wordt erger naarmate je meer afnemers krijgt. Wij hebben daar een aparte plek voor gemaakt, zakelijke bestellingen voor boerderijwinkels, waarin je zakelijke afnemers zelf bestellen tegen hun eigen prijs en de bestelling meteen op de goede plek in je administratie staat.

Waar het meestal op stukloopt

Bedrijven die hun webshop weer hebben afgeschaft, noemen zelden de techniek als reden. Ze noemen de tijd. Foto's maken, prijzen bijwerken, voorraad aanpassen, bestellingen klaarzetten, mensen bellen die niet zijn komen opdagen: dat is werk dat er bovenop komt in de weken dat je al het minste tijd hebt.

De les die daaruit te trekken valt, is klein beginnen. Een korte lijst met producten die je altijd hebt, één of twee vaste afhaalmomenten per week, en pas uitbreiden als het loopt. Een webshop met vijftien producten die klopt, levert meer op dan een webshop met tweehonderd producten die half is bijgewerkt.

Hoe je hier verder mee komt

Denk je erover om online te gaan verkopen, of doe je het al en kost het je meer tijd dan het oplevert, dan plannen we een gesprek waarin jij laat zien hoe je het nu doet. Geen presentatie van onze kant. We willen zien wat er nu binnenkomt via de mail en de app, wie je vaste afnemers zijn en waar het overtypen begint, want daar hangt het antwoord van af.